1 lampje, 1 batterij. Over maat en verhouding der dingen.

Ik vertelde een goede vriendin eens dat zij teveel spanning op haar hoofd heeft en dat dit er ook voor zorgt dat haar brein extra rommel produceert. De omvang van haar vraagstukken wordt zo vergroot en de oplossing ervan bemoeilijkt. Ze vroeg me hoe dit werkt. Toen schoot me de volgende metafoor te binnen, die ik met haar deelde.

Ik had toen ik een jaar of 10 was een elektradoos. Rood, met daarop in zwarte randen gehulde gele letters. In de doos zie ik nog: blinkende lampjes en fittingen, stroomdraad, een schakelaar en een blokbatterij. Zo een met twee lange contactpunten, die fel prikten aan mijn tong, als ik de spanning wilde checken.

Ik maakte een schakeling direct van de batterij naar de lamp. Ik herinner me de beleving van de magie van beheersing van een natuurverschijnsel toen het lampje aanging. Dat herhaalde zich toen ik een schakelaar in het circuit bracht en de draden permanent vast maakte aan de batterij, om niet meer de hele tijd de draadjes tegen de batterijpolen aan te hoeven drukken. 

Zoals het een tovenaarsleerling betaamt gingen mijn experimenten verder, toen ik me afvroeg wat er zou gebeuren als er twee batterijen op het lampje werden aangesloten. Ik vond twee dezelfde batterijen in het dressoir van mijn ouders en stelde na enig gehannes aan een juiste verbinding tussen de batterijen vast dat het lampje veel feller ging branden als er twee batterijen samenwerkten en ook dat het veel heter werd. 

Dat bracht me bij drie batterijen. Tot mijn schrik brandde het lampje kort zeer fel en ging daarna uit. Het glas was aan de binnenkant zwart geworden. Veel later begreep ik dat de gloeidraad was verdampt.

Mijn vriendin kwam met de inbreng dat de maker van de doos had nagedacht over lampje en batterij en een verhouding had aangebracht tussen de vermogens van batterij en lampje, zodanig dat het lampje niet zou worden overbelast. Daarop verlegde ons gesprek zich naar de bedoeling van de maker en wat dan juist gedrag zou zijn. Waarop de conclusie voor de hand lag dat de maker van de inhoud van de doos: één batterij voor 1 lampje een natuurlijk juiste verhouding achtte. Zo is ook de verhouding van twee batterijen op 1 lampje wel leuk als fenomeen om naar te kijken, maar op den duur niet goed voor het lampje. Terwijl 3 batterijen vragen om ongelukken betekent. Als we ons leven daarnaar richten leven we binnen de natuurlijke verhoudingen. Teveel spanning is niet goed voor ons; we zijn niet ‘gebouwd’ om continu onder teveel spanning te leven.

Met het klimmen van mijn jaren is het me helder geworden dat de spanningen die ik mijzelf oplegde bij waterpolo, rugby, tijdens werk of stappen, steevast hoger lagen dan de verhouding: 1 lampje – 1 batterij. Eerder 1 lampje – 2 batterijen. Te zijn afgesteld op die ‘prestatienorm’ heeft me twee burn-outs opgeleverd. 

Nu functioneer ik op niveau 1 lampje en tussen 0 en 1 batterij. Om dat met vrede te kunnen heb ik mijn innerlijke aandrijvers kritisch moeten bekijken en relativeren. Wat me daarbij hielp was een gebrek aan energie. Me te realiseren dat ik fysiek niet meer in staat ben tot niveau twee batterijen, heeft het mogelijk gemaakt me te verstaan met de restanten in de ene batterij die ik nog wel heb. 

Dat heeft me mooie ontdekkingen opgeleverd. Batterij “0” is voor mij de gezonde rusttoestand. Daarin ben ik bij mezelf en ervaar dat als een meditatieve basispositie. Elke actie die daaruit voortkomt vraagt energie richting 1 batterij. 

Wat mij in deze manier van zijn opvalt is dat de helderheid en de kalmte die ik daarin ervaar het niet meer nodig maken om op niveau 2 batterijen te functioneren. Het blijkt mogelijk op een veel lager energieniveau dan voorheen, veel effectiever dan voorheen te functioneren. Vanwege de kalmte die bij me is, die me overzicht en inzicht geeft en daarmee komt ook de efficiënte (is de natuurlijk juiste) handeling naar voren.

Niveau 0 tot 1 batterij heeft een anker nodig. Dat noem ik niveau -1. Geaard, gehemeld en van binnen opgeruimd, zijn daarvan de belangrijkste karakteristieken. Met twee benen op de grond, nuchter, in staat om spanning te laten afvloeien is: geaard. Gehemeld ben ik als de inspiratie vrij binnen mag komen en niet wordt aangevochten door interne filters en oordelen. Van binnen opgeruimd betekent dat de destructieve en illusoire delen van ego voldoende zijn doorzien en ontzenuwd zodat ik ‘geen’ neigingen meer heb, die niet met mijn ware behoeften in verbinding staan. Intuïtie vrij laten werken duidt hetzelfde aan. Naar mijn gevoel handelen ook. 

Als ik teveel spanning bij me heb, ben ik dus niet opgeruimd, niet geaard en of niet gehemeld. Het is energetisch een inefficiënte manier van doen, die ineffectief functioneren oplevert. Daar ligt de noodzaak voor innerlijk werk. Zodat we in ons eigen belang de spanning in ons bestaan structureel kunnen verlagen, om tot betere prestaties te komen die ons minder energie kosten. 

En daarmee was de uitleg aan en dialoog met mijn goede vriendin rond.

Hoe zit het eigenlijk bij jou, lezer? Heb jij hier wat te doen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *